Sinds vorig jaar ben ik met mijn collega filosofisch practicus Marlies Verlinde (Mevrouw Helderder) het boek Fenomenologie van de Geest van de Duitse filosoof Hegel aan het lezen. Puur voor ons plezier, al moet ik toegeven dat de oude Hegel het ons, lezers, niet makkelijk maakt. Lange zinnen in een onmogelijk Duits. Maar zin voor zin, bladzij voor bladzij komen we verder en wordt steeds duidelijker waar het in zijn denken om gaat.

Deze week kwam ik een artikel tegen in Die Zeit van de Amerikaanse hoogleraar filosofie Judit Butler, getiteld “Warum jetzt Hegel lesen?”, dat ik naar het Nederlands heb vertaald. Prof. Butler schreef een heel leesbaar stuk waarin ze duidelijk maakt waarom een filosoof van meer dan 200 jaar geleden nog steeds actueel is. Aan het eind van haar stuk zegt ze: “Hier neem ik afscheid van Hegel.” Dat is voor mij nog maar de vraag. Oordeel zelf.


GEORG WILHELM FRIEDRICH HEGEL

250 jaar geleden, op 27 augustus 1770, geboren.

Hij wordt beschouwd als de denker van de moderne burgerlijke maatschappij. Op 14 juli van elk jaar dronk hij een glas champagne op de Franse Revolutie.


Waarom zou je nu Hegel lezen?

Deze moderne denker kan ons helpen. Ook hij leefde aan het einde van een tijdperk. Zoals wij.

Een gastartikel in Die Zeit van Judith Butler

“Waarom zou je Hegel nu lezen?” vragen we ons af. Het probleem van “nu” is iets dat Hegel in zijn Fenomenologie van de Geest uit 1807 behandelt: Het Nu is precies het moment waarop het Nu vergaat en een Geweest wordt. Hegels denken is niet zo passé als we misschien denken. Tegenwoordig leven velen van ons in angst, of zorg, of zelfs in rouw, omdat we geloven dat de democratie van binnenuit te zeer onder druk staat, zelfs dreigt te worden afgebroken. Is de tijd van de democratie voorbij, en kan de democratie pas een realiteit worden op het moment dat ze vergaat?

Ik zal geen woorden vuil maken aan de enorme uitdagingen waarvoor we in deze tijd gesteld staan. Maar dit gevoel dat een tijd of een tijdperk voorbij is, is een terugkerend gevoel. Hegel wist het en dacht erover na. Het is waar, het gevoel van tijdelijke desoriëntatie waarmee we leven is zeer reëel, en we kunnen wellicht in de verleiding komen te proberen deze angst, die ons permanent vergezelt, te overwinnen door een bepaalde overtuiging te ontwikkelen: De aarde is teloorgegaan, de democratie is voorbij, de toekomst is afgesloten.

Deze vorm van fatalisme lijdt echter aan een overtrokken gevoel van zekerheid. Als er wordt gezegd dat een historische tijd voorbij is, betekent dit alleen maar dat we een zeker gevoel voor de historische tijd hebben verloren, dus de vraag is nu in welke tijd we ons bevinden. Hegels beschouwingen over de Franse Revolutie roepen deze vraag op als een belangrijke tijdsvraag, die zich voordoet onder de omstandigheden van de revolutie, namelijk: Welke tijd is dit? – What time is it?

Natuurlijk beweer ik niet dat we in revolutionaire tijden leven – of misschien doen we dat wel zonder dat ik het doorheb. Maar de voorwaarden voor onze tijdservaring lijken niet langer van toepassing te zijn. Misschien omdat we ons door verschillende interculturele ontmoetingen realiseren dat mensen kunnen leven met heel andere gevoelens over het verleden, het heden en de toekomst. Of omdat wat sommigen “vooruitgang” noemden, “vernietiging” betekende voor anderen.

Het is duidelijk dat we er ten onrechte vanuit zijn gegaan dat de tijd zich in een rechte lijn voortbeweegt, zonder enig gevaar voor achteruitgang of omkering. Misschien dachten we dat economische rationaliteit onmogelijk het paradigma van de Rede kon worden en dat over een ethiek van gastvrijheid in Europa niet te onderhandelen viel. Misschien dachten we dat de milieubeweging sterk genoeg was om de soorten en de wereld te redden. Misschien geloofden we dat nationalisme en bezitterig individualisme geleidelijk aan plaats zouden maken voor een transnationale gemeenschap.

Wat ik “desoriëntatie” noem is tegelijkertijd een gevoel van shock, verlies, nederlaag en ontgoocheling. Maar het is ook een situatie die een vraag oproept en zelfs een onderzoeksdrang ontketent: Welke tijd is dit? Als we het als een vloek zien om in deze tijd te leven, of als we bang zijn dat de volgende generatie ons zal vervloeken omdat we hen een verwoeste wereld hebben nagelaten, kunnen we misschien op zijn minst twee vragen in gedachten houden. Hoe kan dit gevoel van wereldvernietiging ons een weg vooruitwijzen? Waar en hoe kunnen we dit historische leven, het leven dat we in deze historische tijd leiden, bevestigen?

Ik stel voor dat we onze blik weer op Hegel richten om vooruit te kijken – en daarmee diegenen tegenspreken die ons ervan willen overtuigen dat het denken van Hegel per definitie altijd te laat komt om voor het heden nog nuttig te zijn. Want Hegels filosofie stelt ons in staat om te begrijpen hoe sociale verbanden ontstaan uit potentieel gewelddadige conflicten, en richt zich dus op het heden en onze desoriëntatie. We zijn niet de eersten die zich afvragen wat ons als maatschappij bij elkaar houdt. Zijn er sociale verbanden die voor ons een wederzijdse verplichting met zich meebrengen?

Deze vraag veronderstelt dat we onszelf niet alleen kunnen zien als zelfzuchtige individuen, maar ook als sociale wezens waarvan de wederzijdse verplichtingen hun onderlinge bondgenootschappen overstijgen. Ons leven, en onze status als sociaal wezen in het algemeen, wordt gekenmerkt door vormen van onderlinge afhankelijkheid die niet eindigen bij nationale of territoriale grenzen. Met de hulp van Hegel wil ik laten zien hoe we socialiteit en geweldloosheid kunnen begrijpen als potentiëlen van de huidige tijd, die ons in staat stellen om andere potentiëlen aan te boren die ons historisch heden voor ons in petto heeft.

Als je de rest van dit stuk wilt lezen, kun je het hier downloaden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

About Dick van der Wateren

Sinds voorjaar 2017 heb ik een filosofische praktijk, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren. Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Ik heb een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn tieners zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

Category

filosofie

Tags

,