Tag: filosofie

  • Filosofische Speeddate

    Kom voor een Filosofische Speeddate naar de Nacht van de Filosofie in De Brakke Grond, Amsterdam, zaterdag 2 april.
    Ik ben daar ook, samen met een aantal collega’s filosofisch practici. Je kunt daar met een van ons een kort filosofisch gesprek houden (filosofische speeddate). Scan de QR code op de poster voor meer informatie.

  • Plato, geen pillen. Filofie of therapie

    Plato, geen pillen. Filofie of therapie

    De filosofische praktijk biedt geen therapie, schrijf ik elders op deze site, maar filosofische gesprekken kunnen wel therapeutisch werken. Therapie, oplossing van problemen en antwoorden op vragen zijn geen doelen die ik nastreef, maar kunnen een welkome bijwerking zijn van wat we in de spreekkamer doen. Mijn doel gaat veel verder. Ik wil mijn bezoekers helpen een filosofische denkhouding aan te nemen waarmee ze de problemen in hun leven zelfstandig de baas kunnen worden.

    Plato not Prozac. Filosofie geen therapie. Filosofische praktijkIn zijn filosofische zelfhulpboek Plato, Not Prozac!: Applying Eternal Wisdom to Everyday Problems gaat de Amerikaanse filosoof Lou Marinoff net weer anders te werk. Terwijl hij steeds benadrukt zich niet af te zetten tegen psychologen en psychiaters, doet hij dat juist wel – wat gezien de titel van zijn boek niet zo verwonderlijk is. Bij zijn methode volgt de cliënt vijf stappen, die hij het PEACE proces noemt: ‘problem, emotion, analysis, contemplation, and equilibrium‘. Die stappen kan de cliënt in de spreekkamer van Dr. Marinoff zetten, maar ook zelfstandig, aan de hand van zijn boek. Het is best een aardig boek, maar het is niet de manier waarop ik werk.

    eeuwige wijsheid

    Het wezenlijke verschil tussen de PEACE aanpak (en andere zelfhulpmethoden) en mijn filosofische praktijk (en die van mijn Gildecollega’s) is dat ik met mijn bezoeker niet werk aan de oplossing van een probleem. Marinoff past ‘eeuwige wijsheid’ toe op ‘alledaagse problemen’ en hij lost daarmee, volgens zijn eigen zeggen, de problemen van zijn cliënten sneller en daardoor goedkoper op dan psychotherapeuten. In sommige gevallen lukt dat zelfs in één sessie. Heel mooi, maar ik vraag me af of die cliënten daarbij echt iets geleerd hebben en bij een volgend probleem niet weer bij hem moeten aankloppen.

    Net als therapeuten en coaches heeft Marinoff een agenda. Hij werkt in de loop van een of meer sessies toe naar de oplossing van een probleem. Vanuit het oogpunt van de cliënt is dat begrijpelijk. Die stapt immers niet voor niets een filosofische praktijk binnen. Ik maak mijn bezoekers bij het kennismakingsgesprek meteen duidelijk dat we zo niet gaan werken. Als het om een directe oplossing gaat zijn ze beter af bij een therapeut of een coach.

    Vaak hebben ze die weg al bewandeld voor ze bij mij komen. Ze blijven zitten met vragen waar ze niet uitkomen en hun gedachten blijven in rondjes draaien. Met die vragen gaan we aan het werk, of liever gezegd, daarmee gaat de bezoeker aan het werk. Want ik heb geen antwoorden of oplossingen en als we die al vinden is dat helemaal het resultaat van het denkwerk dat de bezoeker verricht.

    Vincent

    img_0990
    Tahitiaanse vrouw door Paul Gauguin (1848 – 1903).

    Het beste kan ik het verschil in aanpak illustreren aan de hand van een casus uit het boek van Marinoff. Vincent werkte als tekstschrijver bij een bedrijf. Een van zijn vrouwelijke collega’s had bij de baas een klacht wegens sexuele intimidatie ingediend. Zij had zich gestoord aan een reproductie van een schilderij van Tahitiaanse vrouwen door Paul Gauguin dat in Vincents werkkamer aan de muur hing. Zijn chef gaf de collega gelijk en gaf hem de keus tussen het schilderij weghalen of ontslag. Hij besloot het niet op ontslag te laten aankomen, maar na verloop van tijd voelde hij een steeds sterkere woede en een gevoel van verraad. Zijn oplossing, geen ontslag nemen en het schilderij verwijderen was waarschijnlijk de beste oplossing maar het gevoel van onrecht bleef.

    Marinoff werkte met Vincent aan het besef dat het hier niet ging om een onrecht dat hem persoonlijk betrof maar om een systeem dat nu eenmaal zo werkt. Zowel zijn gekwetste collega als zijn chef waren onderdeel van dat systeem waarbij geen vragen werden gesteld. Uiteindelijk kon Vincent weer naar zijn werk gaan zonder woede of wrok ten opzichte van zijn collega of zijn chef. Als laatste suggereerde Marinoff aan zijn bezoeker zijn collega een lijst met schilderijen voor te leggen waaruit zij een kon kiezen dat haar niet zou kwetsen als hij dat aan de muur van zijn kamer zou hangen. Op die manier was iedereen tevreden.

    Marinoff raadt veel van zijn cliënten aan filosofische boeken te lezen die een antwoord geven op de vragen waarmee zij rondlopen. Al met al zie ik niet in wat er filosofisch is aan deze aanpak, behalve dat er geregeld oude filosofen worden geciteerd, Lao Tse, Boeddha, Socrates, Heidegger enzovoort. De bezoekers worden niet zelf aan het denken gezet en ik vraag me dan ook af wat ze leren. Geen misverstand, dit is een voorbeeld van prima coaching. De cliënt gaat tevreden de deur uit met een oplossing voor zijn probleem. Maar filosoferen is wat anders.

    emanciperen

    De aanpak in mijn praktijk is, zoals gezegd, nogal verschillend. Wat mij betreft mogen mijn bezoekers zoveel filosofen lezen als zij willen, maar verwacht er niet teveel van. Zelf denken, zelf vragen stellen bij het probleem waarmee je worstelt is iets anders dan antwoorden vinden in oude boeken.

    Een ander verschil is dat we in mijn praktijk niet toewerken naar een oplossing van het probleem, naar troost of tevredenheid. Ik heb geen stappenplan, zoals Marinoffs PEACE en draag ook geen oplossingen aan, zoals de suggestie aan Vincent om zijn collega te laten kiezen uit een lijst voor haar acceptabele schilderijen. Niet dat mijn bezoekers nooit de deur uitgaan zonder oplossingen, maar die bedenken ze, als dat nodig is, zelf en intussen hebben ze veel meer bereikt, namelijk een filosofische denkhouding. Dat maakt hen op de duur zelfstandig en onafhankelijk van welke hulpverlening ook. Oplossingen en antwoorden zijn maar beperkt houdbaar. Vragen behouden hun waarde. Die kun je blijven stellen en leveren steeds weer nieuwe inzichten op.

  • Wat is Verwondering? Betere vragen stellen

    Mijn filosofische praktijk heet niet toevallig De Verwondering. Mijn hele leven stel ik vragen over alles wat ik om mij heen zie of hoor. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit niet heb gedaan. Wat dat betreft ben ik het nieuwsgierige jongetje van 8 gebleven dat zich verwonderde over planten en dieren, de stenen die ik in de bergen verzamelde en de schelpen aan het strand. Daar zijn later kunst en wetenschap bij gekomen, de wetenschap waarin ik zelf actief werd en de kunsten die mij bij alles wat ik doe troosten en inspireren.

    In 2016 kwam mijn boek Verwondering uit, een aansporing om het onderwijs meer vorm te geven vanuit vragen dan vanuit kant-en-klare antwoorden zoals die in de boeken staan en die kinderen maar uit hun hoofd moeten leren. Behalve dat die antwoorden vaak verouderd zijn en veraf staan van de huidige stand van kennis, is het veel erger dat kinderen en jongeren op die manier niet leren zelfstandig en diep te denken.

    Het boek komt deels voort uit mijn eigen nieuwsgierigheid en fascinatie voor het ontdekken van nieuwe dingen, maar deels ook uit mijn frustratie over de situatie op veel van onze scholen. Opbrengstgericht onderwijs, leerwinst, toegevoegde waarde, Citotoetsen, scholenlijstjes, het zijn allemaal pogingen de kwaliteit van scholen en leraren te beheersen. Tegelijkertijd gaan al die pogingen voorbij aan waar het in het onderwijs om zou moeten gaan: de vorming van jonge mensen tot volwassen en autonome deelnemers aan de democratische maatschappij. Met dit boek wil ik eraan bijdragen dat op scholen meer en dieper wordt nagedacht vanuit nieuwsgierigheid en verwondering en dat we ons gaan realiseren dat vragen meestal interessanter zijn dan antwoorden.

    Hoewel in mijn boek het woord verwondering 17 keer voorkomt, leg ik het begrip verwondering nergens uit. Ik onderneem hierbij een poging duidelijk te maken wat verwondering is en daarna leg ik uit waarom het – zeker niet alleen in het onderwijs – belangrijk is.

    wat is het?

    In mijn boek stel ik verwondering losjes gelijk aan nieuwsgierigheid en overal vragen over stellen. Dat is niet nauwkeurig genoeg. Van Dale geeft voor nieuwsgierig: “(te) verlangend te weten”. Wikipedia zegt: “Nieuwsgierigheid is een natuurlijk onderzoekend gedrag dat voorkomt bij de mens en vele andere diersoorten, en is het emotionele aspect van levende wezens dat leidt tot verkenning, onderzoek, en leren. Met de term nieuwsgierigheid kan zowel het gedrag als ook de onderliggende emotie worden bedoeld.” Nieuwsgierigheid wordt niet altijd als een positieve eigenschap gezien. Over verwondering zegt het woordenboek “verbazing, bevreemding, verrassing”. Voor filosofen is verwondering meer dan dat en bovendien in mijn ogen een veel vruchtbaarder levenshouding dan nieuwsgierigheid of verbazing.

    Voor Plato was verwondering het begin van filosofie: ‘Want dat is nu juist de toestand van de filosoof, zich te verwonderen’, schreef Plato. ‘Er is geen ander begin en beginsel van de filosofie dan dat.’

    In zijn ‘Inleiding tot de Verwondering’ doet de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) een paar interessante uitspraken:

    Niets is zomaar wat het is, alles is anders, zo zou de verwondering als stelling kunnen worden geformuleerd.

    In de verwondering ervaren wij ons zelf op grond van een ontmoeting met een werkelijkheid.

    Het is een avontuur waarvan hij [de mens] de afloop niet kan voorzien, een oefening in de vrije val.

    Volgens die eerste uitspraak is verwondering een denkhouding die niets als vanzelfsprekend ervaart. Het is de kinderlijke blik op de wereld waardoor we onbevangen vragen kunnen stellen bij alles wat we zien, horen, voelen en ruiken. De tweede uitspraak zegt dat wij door ons te verwonderen iets leren over wie wij zijn in verhouding tot de wereld waarin wij leven. De derde uitspraak leert ons dat, wanneer we ons overgeven aan verwondering, we een avontuur aangaan waarvan de uitkomst ongewis is. Verhoeven heeft het over een crisis – het moment dat we ons verwonderen — die ons dwingt anders naar ons leven te kijken.

    niets is vanzelfsprekend

    Verwondering is daarmee de denkhouding die vanzelfsprekendheden radicaal afwijst, die ons niet alleen dwingt anders te gaan denken over de dingen waarover we ons verwonderen maar ook onze eigen positie te bevragen. We nemen afscheid van onze vertrouwde oude zekerheden en stellen daarvoor een vragende, filosofische denkhouding in de plaats. Wat betekent dat voor de filosofische praktijk?

    Het voorgaande was misschien wat vaag en theoretisch. Laat me het illustreren aan de hand van een gesprek in de filosofische praktijk. Het is enigszins fictief. Het gesprek heeft niet werkelijk zo plaatsgevonden, maar is een combinatie van meerdere gesprekken die ik heb gevoerd in de afgelopen jaren. In deze gesprekken onderzoeken we steeds begrippen die aanvankelijk vanzelfsprekend waren en die we kritisch bevragen. We ‘verwonderen’ ons over die begrippen.

    luiheid

    Een jongen van 16 komt bij me omdat hij op school niet goed presteert. Als hij zo doorgaat blijft hij zitten, terwijl hij veel beter zou kunnen. Hij is een voorbeeld van wat we een onderpresteerder noemen, iemand wiens schoolresultaten ver onder zijn niveau liggen. Laten we hem Tom noemen.
    We hebben het over de oorzaken van zijn onderpresteren. School boeit hem niet erg. Hij vindt de lessen saai en de schooldagen te lang. Hij stelt huiswerk maken tot het allerlaatst uit — als hij het al maakt — en noemt zichzelf ‘lui’. Op mijn vraag wat hij bedoelt met lui zegt hij:

    “Nou gewoon, dat je niks doet. Dat je nergens zin in hebt en daarom doe je niks.”

    “Zo gewoon is dat niet. Doe je nooit iets? Ben je altijd lui? Wat doe je naast school?”

    “Ik voetbal en ik speel gitaar.”

    “Train je vaak en oefen je met je gitaar?”

    “Ik speel in de selectie en we trainen drie keer in de week. In het weekend wedstrijden. Ik zit in een band en we oefenen twee avonden en in het weekend. Ik zit ook op gitaarles. Maar dat is mijn vrije tijd, niet school.”

    “Maar ben je dan lui, als je veel traint en met de band oefent? Zullen we eens bekijken wat ‘lui’ precies is?”

    We stellen al snel vast dat het begrip luiheid niet precies bij Tom past. Soms is hij lui, soms ook niet, ook al weten we nog steeds niet precies wat luiheid is. In het gesprek komt meermalen het begrip ‘vrijheid’ voorbij, vrije tijd, vrij om te doen waar je zin in hebt, zijn moeder die hem steeds maar aanspreekt over zijn huiswerk en hem niet vrij laat (“Mijn moeder zeurt altijd zo.”). We besluiten verder te gaan met ‘vrijheid’.

    vrijheid

    “Wat is vrijheid?”

    “Dat je kunt doen waar je zin in hebt. Dat je zelf kan beslissen wat je wilt doen.”

    “Is vrijheid dat je altijd kunt doen wat je wilt?”

    Dat blijkt ook weer niet zo te zijn. Tom bedenkt dat je ook rekening met anderen moet houden. Op het voetbalveld en in zijn band kan hij niet steeds maar doen wat hem invalt zonder rekening te houden met zijn teamgenoten of de andere bandleden.

    Aan het eind van het gesprek krijgt hij een briefje mee waarop zijn vraag staat: “Wat is vrijheid?” Met die vraag gaat hij de komende week aan het werk.

    verantwoordelijkheid

    Een week later komt hij terug. Hij heeft veel over zijn vraag nagedacht en af en toe wat opgeschreven. Het begrip vrijheid heeft bij Tom duidelijk veel losgemaakt. Hij wil vrij zijn, zelf bepalen wat goed voor hem is, zelf beslissingen nemen en zelf fouten kunnen maken.

    In de loop van dit volgende gesprek komen we erachter dat vrijheid meer is dan alleen maar kunnen doen wat je zelf wil. Vrijheid is niet onbegrensd. We hebben het begrip nog niet helemaal goed in de vingers als het begrip ‘verantwoordelijkheid’ opduikt. Na wat vragen van mijn kant komt hij tot de conclusie dat als je vrij bent je ook verantwoordelijk bent voor je eigen fouten. Vrijheid houdt ook in dat je verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Denk aan het elftal waarin je speelt, of de band. De vraag die hij nu meeneemt naar huis is: “Kan vrijheid zonder verantwoordelijkheid?”

    Op ieder moment in deze gesprekken had ik bekende filosofen kunnen citeren over vrijheid, Plato over de vrije wil, Hegels gedachten over vrijheid, of Sartre: “De mens is gedoemd tot vrijheid.” Dat laatste citaat vind ik zelf mooi. Echter, het gaat niet om wat ik mooi vind maar om de gedachten van de bezoeker. Ik val hem dus niet lastig met oude denkers en laat hem zelf denken.

    denken door vragen te stellen

    We hebben gezien dat we in de gesprekken niets als vanzelfsprekend aannemen, niets is ‘gewoon’ wat het is: luiheid, vrijheid, verantwoordelijkheid. Het gaat steeds over de mens zelf die zich over deze begrippen verwondert, Tom in dit geval, en die leert al vragen stellend steeds beter zichzelf kennen. En tenslotte zijn deze gesprekken niet voorspelbaar. In volgende gesprekken kan het begrip ‘vrijheid’ verder worden onderzocht. Het kan ook de kant van ‘verantwoordelijkheid’ opgaan en weer verder leiden naar het begrip ‘volwassenheid’.

    Er zit geen plan achter, de practicus werkt niet volgens een protocol. De bezoeker heeft misschien wel een plan — Tom wil graag overgaan maar weet niet hoe hij het moet aanpakken. Naarmate zijn zelfkennis groeit is hij steeds beter in staat dat probleem zelf op te lossen. Maar de denkwijze die hij in de loop van de gesprekken heeft aangeleerd stijgt op de duur uit boven de oplossing van dit tijdelijke probleem.

    lezen

    Cornelis Verhoeven (1967). Inleiding tot de verwondering. Utrecht, Ambo. Ook online te lezen.

  • Zomerschool voor filosofisch practici

    Zomerschool voor filosofisch practici

    Helemaal opgeladen en geïnspireerd ben ik vanmiddag thuis gekomen van een intensieve filosofische zomerschool. Afgelopen week heb ik me met tien collega’s teruggetrokken in een klooster in Egmond, Monasterium Lioba. Onder leiding van Harm van der Gaag, bij wie we allemaal de opleiding hebben gevolgd, lazen we filosofische teksten en oefenden gesprekken met elkaar. Dit maakt deel uit van de nascholing die we doen om scherp te blijven en onze praktijk uit te mogen voeren.

    Zomerschool. Filosofie. Filosofisch practicus. Meditatie
    Het klooster in Egmond, Monasterium Lioba, is een ideale omgeving om je in alle rust te bezinnen.

    Ook een filosofisch practicus moet af en toe naar school om zich verder te bekwamen in het voeren van gesprekken en zich te verdiepen in de theoretische achtergrond van het vak. Wie lid wil blijven van het Gilde en zijn of haar praktijk wil uitoefenen moet jaarlijks voldoende uren besteden aan supervisie, intervisie en theoretische verdieping. Zo kunnen we de kwaliteit van ons werk waarborgen.

    De ochtenden begonnen met een theoretische inleiding over aspecten van de filosofische praktijk. We dachten na over vragen als: Wat is wijsheid? Wat is waarheid? Wat is verstand en wat is Rede en welke rol spelen die in onze praktijk?
    Daarna volgde een stoelendans, zoals wij dat noemen: een van ons gaat zitten in de stoel van de bezoeker met een probleem of een kwestie. Gedurende 40 minuten nemen vijf collega’s om de beurt de rol van practicus waar en werken samen met de bezoeker toe naar een vraag die thuis nader kan worden onderzocht. De anderen luisteren en kijken mee en na afloop analyseren we gezamenlijk het gesprek. Tijdens de opleiding hebben we dit tientallen keren geoefend, maar ook daarna is het belangrijk om onszelf scherp te houden en onze vaardigheid in de gespreksvoering aan te scherpen.

    De middagen besteedden we aan het lezen van inleidingen en teksten van verschillende filosofen – Socrates, Plato, Aristoteles, Spinoza en Hegel. Het is niet de bedoeling dat we de bezoekers in onze praktijk lastig vallen met deze oude denkers. De gesprekken zijn de weerslag van 2500 jaar filosoferen vanaf de oude Grieken tot vandaag. In onze spreekkamer passen we een manier van kritisch vragen stellen over zekerheden en vooronderstellingen toe, die in al die eeuwen verder ontwikkeld is. Het is heel goed mogelijk om een reeks gesprekken te voeren waar deze namen niet een keer voorbijkomen. Onze bezoekers sporen we aan hun eigen denken te ontwikkelen, niet om Plato te imiteren.