Categorie: Filosofisch practicus

  • Filosofische Speeddate

    Kom voor een Filosofische Speeddate naar de Nacht van de Filosofie in De Brakke Grond, Amsterdam, zaterdag 2 april.
    Ik ben daar ook, samen met een aantal collega’s filosofisch practici. Je kunt daar met een van ons een kort filosofisch gesprek houden (filosofische speeddate). Scan de QR code op de poster voor meer informatie.

  • Tjipcast over mijn boek

    Vandaag verscheen de podcast met Tjip de Jong over mijn boek De Denkende Klas. Je kunt het hier beluisteren of bekijken.

  • Podcast over denken in het onderwijs

    Een tijdje terug had ik een goed gesprek met twee leuke onderwijsmensen, Igor Verettas en Michael Bunink, van SAKS in Alkmaar. De podcast kun je hier beluisteren.

    PODCAST DIT IS ONDERWIJS: DICK VAN DER WATEREN (S01A09)

    >>Podcast>>

    Dit schrijven ze op hun website:

    De maatschappij van de toekomst vraagt om ander onderwijs dan hoe we in het verleden op school leerden. Maar het gaat ook om andere uitdagingen. Thema’s zoals milieu, globalisering en samenwerken zijn bepalend voor hoe de toekomst van onze wereld eruitziet. In deze podcastserie bevragen we onze bevlogen gasten wat zij hiervan vinden.

    Dick van der Wateren is schrijver, pedagoog, onderwijskundige, docent in het voortgezet onderwijs en wetenschapper. Hij deelt in de podcast gedachten over onderwijs, opvoeding, tieners en hun ouders. Wat gaat goed, wat kan beter? En af en toe maakt hij zich kwaad, want onderwijs en de belangen van jongeren komen in deze tijd al te vaak in de knel.

    Dit is Onderwijs is iedere donderdag om zes uur te horen op Streekstad Centraal en natuurlijk te vinden op streekstadcentraal.nl, en is een samenwerking tussen Streekstad Centraal en SAKS.

  • Keuzes en Idealen

    Keuzes en Idealen

    Tijdens de Nacht van de Filosofie in Amsterdam (30 maart) ontving ik met acht collega-practici bezoekers voor een kort kennismakingsgesprek. Ik had twee interessante gesprekken met jonge mensen die een voorbeeld zijn voor het soort dilemma’s dat ik in mijn spreekkamer tegenkom en voor de manier waarop ik die met mijn cliënten onderzoek. Ik geef de gesprekken hieronder weer, waarbij ik om wille van de privacy details heb veranderd.

    Het eerste gesprek ging over onvrede over de inhoud van een studie. Een filosofiestudent kwam bij mij aan tafel zitten en vertelde dat hij die studie had gekozen om meer van zichzelf en de wereld te kunnen begrijpen. Hij zat vlak voor zijn bachelorexamen en begon zich af te vragen of hij de juiste keuze had gedaan. De studie behandelt 2000 jaar filosofen en stromingen — heel interessant — maar had hem niet geholpen zichzelf beter te leren kennen.

    In de loop van ons gesprek maakte hij duidelijk vooral praktisch met filosofie bezig te willen zijn. Nadenken over vragen en daarmee dieper doordringen tot de kern. Hij zou dat het liefste met jongeren willen doen. Hij vroeg zich in de loop van het gesprek af of die studie wel opleidde tot filosoferen en dat werd dan ook de vraag die ik hem meegaf om verder over na te denken: “Is dit nog filosofie?” Hij dankte me voor die vraag en verzekerde me dat hij daar wel een tijd mee verder kon.

    Dit is typisch zo’n vraag die in onze filosofische spreekkamers regelmatig voorbij komt. “Is X wel X?” Iets wordt X genoemd, maar is het wat de naam aangeeft? In dit voorbeeld: Is de studie filosofie hetzelfde als filosoferen?

    Een ander voorbeeld uit mijn praktijk: “Is helpen nog helpen als je daarmee ook je eigen belang dient?” Die kwam van iemand die zich had aangesloten bij een groep vrijwilligers die zich bezighield met de opvang van asielzoekers. Zij had de indruk dat sommige leden van die groep vooral druk bezig waren met zichzelf en hoe goed zij voor de wereld waren.

    Bij dit soort problemen helpt het om te onderzoeken wat begrippen als ‘filosofie’ of ‘helpen’ precies inhouden. Pas dan kun je nadenken over wat een goede keuze is: stoppen met de filosofiestudie en je op een meer praktische manier met filosofie bezighouden, of op zoek gaan naar een groep vrijwilligers die ‘echt helpen’. Zo’n onderzoek vergt meestal meerdere sessies en dan blijkt het oorspronkelijke probleem over te gaan in een meer fundamentele, onderliggende vraag, zoals “Wat wil ik?”

    idealistisch of realistisch

    Bij het tweede gesprek die avond moest ik mij als practicus inhouden om niet een goedbedoeld advies te geven. Hier ging het om een student die medicijnen was gaan studeren met het doel om iets voor de wereld te betekenen, het verschil te maken. Van studiegenoten en vrienden kreeg hij regelmatig te horen dat hij naïef en idealistisch was en dat hij realistisch zou moeten zijn. Dat was heel vervelend omdat hij daardoor ging twijfelen of wat hij wilde wel mogelijk was en of hij in zijn eentje in staat zou zijn om de wereld te veranderen.

    Dat is een interessante tegenstelling die de moeite waard is om verder te worden onderzocht, die tussen idealisme en realisme. Ook dit is een probleem dat meerdere sessies nodig heeft om helemaal uitgediept te worden. In eerste instantie gaat het om de twijfel die de bezoeker voelt bij de confrontatie van zijn eigen idealen met het realisme van zijn vrienden. Daarbij onderzoeken we vragen als: “Wat is ‘realisme’?” “Wat is idealisme?” en “Wat is ‘een verschil maken’?”

    De vraag waarmee deze bezoeker wegging was: “Wat kan ik veranderen?”

    Ondertussen wilde ik steeds zeggen: “Trek je niets van die gasten aan! Het zijn saaie en fantasieloze mensen. De wereld heeft jouw soort idealisme hard nodig.” Niet alleen is zo’n advies misplaatst — immers waar haal ik de pretentie vandaan om te weten wat goed is voor mijn bezoeker? — de ervaring leert dat adviezen niet, of maar heel even, werken. Het is mijn mening tegenover andere.

    Wat wel werkt is als de bezoeker de vragen, waarmee hij of zij worstelt, grondig onderzoekt. Het aardige was dat hij zelf al opperde dat zijn studiegenoten weinig creatief waren. Het zou dan ook een betrekkelijk kleine stap zijn naar een onderzoek van de vraag over hun vermeende realisme.

  • Plato, geen pillen. Filofie of therapie

    Plato, geen pillen. Filofie of therapie

    De filosofische praktijk biedt geen therapie, schrijf ik elders op deze site, maar filosofische gesprekken kunnen wel therapeutisch werken. Therapie, oplossing van problemen en antwoorden op vragen zijn geen doelen die ik nastreef, maar kunnen een welkome bijwerking zijn van wat we in de spreekkamer doen. Mijn doel gaat veel verder. Ik wil mijn bezoekers helpen een filosofische denkhouding aan te nemen waarmee ze de problemen in hun leven zelfstandig de baas kunnen worden.

    Plato not Prozac. Filosofie geen therapie. Filosofische praktijkIn zijn filosofische zelfhulpboek Plato, Not Prozac!: Applying Eternal Wisdom to Everyday Problems gaat de Amerikaanse filosoof Lou Marinoff net weer anders te werk. Terwijl hij steeds benadrukt zich niet af te zetten tegen psychologen en psychiaters, doet hij dat juist wel – wat gezien de titel van zijn boek niet zo verwonderlijk is. Bij zijn methode volgt de cliënt vijf stappen, die hij het PEACE proces noemt: ‘problem, emotion, analysis, contemplation, and equilibrium‘. Die stappen kan de cliënt in de spreekkamer van Dr. Marinoff zetten, maar ook zelfstandig, aan de hand van zijn boek. Het is best een aardig boek, maar het is niet de manier waarop ik werk.

    eeuwige wijsheid

    Het wezenlijke verschil tussen de PEACE aanpak (en andere zelfhulpmethoden) en mijn filosofische praktijk (en die van mijn Gildecollega’s) is dat ik met mijn bezoeker niet werk aan de oplossing van een probleem. Marinoff past ‘eeuwige wijsheid’ toe op ‘alledaagse problemen’ en hij lost daarmee, volgens zijn eigen zeggen, de problemen van zijn cliënten sneller en daardoor goedkoper op dan psychotherapeuten. In sommige gevallen lukt dat zelfs in één sessie. Heel mooi, maar ik vraag me af of die cliënten daarbij echt iets geleerd hebben en bij een volgend probleem niet weer bij hem moeten aankloppen.

    Net als therapeuten en coaches heeft Marinoff een agenda. Hij werkt in de loop van een of meer sessies toe naar de oplossing van een probleem. Vanuit het oogpunt van de cliënt is dat begrijpelijk. Die stapt immers niet voor niets een filosofische praktijk binnen. Ik maak mijn bezoekers bij het kennismakingsgesprek meteen duidelijk dat we zo niet gaan werken. Als het om een directe oplossing gaat zijn ze beter af bij een therapeut of een coach.

    Vaak hebben ze die weg al bewandeld voor ze bij mij komen. Ze blijven zitten met vragen waar ze niet uitkomen en hun gedachten blijven in rondjes draaien. Met die vragen gaan we aan het werk, of liever gezegd, daarmee gaat de bezoeker aan het werk. Want ik heb geen antwoorden of oplossingen en als we die al vinden is dat helemaal het resultaat van het denkwerk dat de bezoeker verricht.

    Vincent

    img_0990
    Tahitiaanse vrouw door Paul Gauguin (1848 – 1903).

    Het beste kan ik het verschil in aanpak illustreren aan de hand van een casus uit het boek van Marinoff. Vincent werkte als tekstschrijver bij een bedrijf. Een van zijn vrouwelijke collega’s had bij de baas een klacht wegens sexuele intimidatie ingediend. Zij had zich gestoord aan een reproductie van een schilderij van Tahitiaanse vrouwen door Paul Gauguin dat in Vincents werkkamer aan de muur hing. Zijn chef gaf de collega gelijk en gaf hem de keus tussen het schilderij weghalen of ontslag. Hij besloot het niet op ontslag te laten aankomen, maar na verloop van tijd voelde hij een steeds sterkere woede en een gevoel van verraad. Zijn oplossing, geen ontslag nemen en het schilderij verwijderen was waarschijnlijk de beste oplossing maar het gevoel van onrecht bleef.

    Marinoff werkte met Vincent aan het besef dat het hier niet ging om een onrecht dat hem persoonlijk betrof maar om een systeem dat nu eenmaal zo werkt. Zowel zijn gekwetste collega als zijn chef waren onderdeel van dat systeem waarbij geen vragen werden gesteld. Uiteindelijk kon Vincent weer naar zijn werk gaan zonder woede of wrok ten opzichte van zijn collega of zijn chef. Als laatste suggereerde Marinoff aan zijn bezoeker zijn collega een lijst met schilderijen voor te leggen waaruit zij een kon kiezen dat haar niet zou kwetsen als hij dat aan de muur van zijn kamer zou hangen. Op die manier was iedereen tevreden.

    Marinoff raadt veel van zijn cliënten aan filosofische boeken te lezen die een antwoord geven op de vragen waarmee zij rondlopen. Al met al zie ik niet in wat er filosofisch is aan deze aanpak, behalve dat er geregeld oude filosofen worden geciteerd, Lao Tse, Boeddha, Socrates, Heidegger enzovoort. De bezoekers worden niet zelf aan het denken gezet en ik vraag me dan ook af wat ze leren. Geen misverstand, dit is een voorbeeld van prima coaching. De cliënt gaat tevreden de deur uit met een oplossing voor zijn probleem. Maar filosoferen is wat anders.

    emanciperen

    De aanpak in mijn praktijk is, zoals gezegd, nogal verschillend. Wat mij betreft mogen mijn bezoekers zoveel filosofen lezen als zij willen, maar verwacht er niet teveel van. Zelf denken, zelf vragen stellen bij het probleem waarmee je worstelt is iets anders dan antwoorden vinden in oude boeken.

    Een ander verschil is dat we in mijn praktijk niet toewerken naar een oplossing van het probleem, naar troost of tevredenheid. Ik heb geen stappenplan, zoals Marinoffs PEACE en draag ook geen oplossingen aan, zoals de suggestie aan Vincent om zijn collega te laten kiezen uit een lijst voor haar acceptabele schilderijen. Niet dat mijn bezoekers nooit de deur uitgaan zonder oplossingen, maar die bedenken ze, als dat nodig is, zelf en intussen hebben ze veel meer bereikt, namelijk een filosofische denkhouding. Dat maakt hen op de duur zelfstandig en onafhankelijk van welke hulpverlening ook. Oplossingen en antwoorden zijn maar beperkt houdbaar. Vragen behouden hun waarde. Die kun je blijven stellen en leveren steeds weer nieuwe inzichten op.