Tijdens de Nacht van de Filosofie in Amsterdam (30 maart) ontving ik met acht collega-practici bezoekers voor een kort kennismakingsgesprek. Ik had twee interessante gesprekken met jonge mensen die een voorbeeld zijn voor het soort dilemma’s dat ik in mijn spreekkamer tegenkom en voor de manier waarop ik die met mijn cliënten onderzoek. Ik geef de gesprekken hieronder weer, waarbij ik om wille van de privacy details heb veranderd.

Het eerste gesprek ging over onvrede over de inhoud van een studie. Een filosofiestudent kwam bij mij aan tafel zitten en vertelde dat hij die studie had gekozen om meer van zichzelf en de wereld te kunnen begrijpen. Hij zat vlak voor zijn bachelorexamen en begon zich af te vragen of hij de juiste keuze had gedaan. De studie behandelt 2000 jaar filosofen en stromingen — heel interessant — maar had hem niet geholpen zichzelf beter te leren kennen.

In de loop van ons gesprek maakte hij duidelijk vooral praktisch met filosofie bezig te willen zijn. Nadenken over vragen en daarmee dieper doordringen tot de kern. Hij zou dat het liefste met jongeren willen doen. Hij vroeg zich in de loop van het gesprek af of die studie wel opleidde tot filosoferen en dat werd dan ook de vraag die ik hem meegaf om verder over na te denken: “Is dit nog filosofie?” Hij dankte me voor die vraag en verzekerde me dat hij daar wel een tijd mee verder kon.

Dit is typisch zo’n vraag die in onze filosofische spreekkamers regelmatig voorbij komt. “Is X wel X?” Iets wordt X genoemd, maar is het wat de naam aangeeft? In dit voorbeeld: Is de studie filosofie hetzelfde als filosoferen?

Een ander voorbeeld uit mijn praktijk: “Is helpen nog helpen als je daarmee ook je eigen belang dient?” Die kwam van iemand die zich had aangesloten bij een groep vrijwilligers die zich bezighield met de opvang van asielzoekers. Zij had de indruk dat sommige leden van die groep vooral druk bezig waren met zichzelf en hoe goed zij voor de wereld waren.

Bij dit soort problemen helpt het om te onderzoeken wat begrippen als ‘filosofie’ of ‘helpen’ precies inhouden. Pas dan kun je nadenken over wat een goede keuze is: stoppen met de filosofiestudie en je op een meer praktische manier met filosofie bezighouden, of op zoek gaan naar een groep vrijwilligers die ‘echt helpen’. Zo’n onderzoek vergt meestal meerdere sessies en dan blijkt het oorspronkelijke probleem over te gaan in een meer fundamentele, onderliggende vraag, zoals “Wat wil ik?”

idealistisch of realistisch

Bij het tweede gesprek die avond moest ik mij als practicus inhouden om niet een goedbedoeld advies te geven. Hier ging het om een student die medicijnen was gaan studeren met het doel om iets voor de wereld te betekenen, het verschil te maken. Van studiegenoten en vrienden kreeg hij regelmatig te horen dat hij naïef en idealistisch was en dat hij realistisch zou moeten zijn. Dat was heel vervelend omdat hij daardoor ging twijfelen of wat hij wilde wel mogelijk was en of hij in zijn eentje in staat zou zijn om de wereld te veranderen.

Dat is een interessante tegenstelling die de moeite waard is om verder te worden onderzocht, die tussen idealisme en realisme. Ook dit is een probleem dat meerdere sessies nodig heeft om helemaal uitgediept te worden. In eerste instantie gaat het om de twijfel die de bezoeker voelt bij de confrontatie van zijn eigen idealen met het realisme van zijn vrienden. Daarbij onderzoeken we vragen als: “Wat is ‘realisme’?” “Wat is idealisme?” en “Wat is ‘een verschil maken’?”

De vraag waarmee deze bezoeker wegging was: “Wat kan ik veranderen?”

Ondertussen wilde ik steeds zeggen: “Trek je niets van die gasten aan! Het zijn saaie en fantasieloze mensen. De wereld heeft jouw soort idealisme hard nodig.” Niet alleen is zo’n advies misplaatst — immers waar haal ik de pretentie vandaan om te weten wat goed is voor mijn bezoeker? — de ervaring leert dat adviezen niet, of maar heel even, werken. Het is mijn mening tegenover andere.

Wat wel werkt is als de bezoeker de vragen, waarmee hij of zij worstelt, grondig onderzoekt. Het aardige was dat hij zelf al opperde dat zijn studiegenoten weinig creatief waren. Het zou dan ook een betrekkelijk kleine stap zijn naar een onderzoek van de vraag over hun vermeende realisme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

About Dick van der Wateren

Sinds voorjaar 2017 heb ik een filosofische praktijk, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren. Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Ik heb een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn tieners zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

Category

filosofie, Filosofisch practicus, gesprek

Tags

,